Plaatsen delict worden zelden vernietigd. Ze raken beetje bij beetje verdund door mensen die ieder iets redelijks hebben gedaan.
De manieren waarop dit gebeurt, zoals de handleidingen ze beschrijven:
- Te veel mensen. Iedere aanwezige voegt zijn eigen vezels, afdrukken en DNA toe, en verwijdert een deel van wat er was. Aanwezigheid brengt kosten met zich mee; daarvoor moet een reden zijn.
- Beweging vóór vastlegging. Een voorwerp dat wordt verplaatst voordat het op zijn oorspronkelijke plaats is gefotografeerd, heeft het enige verloren wat niet kon worden teruggehaald — waar het lag.
- Overdracht tussen plaatsen delict. Dezelfde handschoenen, dezelfde laarzen, hetzelfde voertuig dat materiaal van de ene locatie naar de andere vervoert. De richtlijnen hierover zijn duidelijk: wissel beschermingsmiddelen tussen plaatsen delict, en behandel een verdachte en een slachtoffer als plaatsen delict die nooit door dezelfde persoon in dezelfde kleding mogen worden betreden.
- Verpakking die schade veroorzaakt. Nat materiaal dat in plastic wordt verzegeld, gaat binnen enkele uren schimmelen; biologisch bewijsmateriaal wordt daardoor vernietigd. Gebruik papier voor alles wat vochtig of organisch is, en droog het vóór het verzegelen waar de richtlijnen dat toestaan.
- De niet-vastgelegde goede daad. Iemand zet een raam open, draait een kraan dicht of bedekt een lichaam. Dat kan allemaal juist zijn; niets daarvan is onschadelijk tenzij het wordt vastgelegd.
Bron. UNODC, Crime scene and physical evidence awareness for non-forensic personnel, hoofdstukken over contaminatie en verpakking; NIJ NCJ 178280, paragrafen over het vastleggen van de plaats delict.