Een groot deel van de verdrinkingsdoden bestaat uit potentiële redders. De richtlijnen zijn zo geordend dat het water ingaan het laatste redmiddel is, niet de eerste ingeving.
Reik. Vanaf de oever, met iets dat je arm verlengt — een stok, een tak, kleding. Ga liggen of zet je schrap, zodat je niet het water in kunt worden getrokken.
Werp. Iets dat drijft, bij voorkeur met een lijn eraan. Iemand die in moeilijkheden verkeert, zal zich eraan vasthouden; dat alleen al geeft tijd.
Waad alleen op plaatsen waar de bodem stevig en bekend is, het water ondiep is en er geen stroming staat. Houd je vast aan de oever of aan iemand anders.
Roei — gebruik een boot als die aanwezig is.
Zwem en sleep als laatste redmiddel. Alleen als je bent getraind, en nooit met iemand die nog steeds worstelt: iemand die in paniek is, zal op je klimmen. Houd een drijvend voorwerp tussen jullie in.
Bel voordat je handelt als er iemand anders aanwezig is. 112 in de EU en EER. Zeg dat het om een verdrinking gaat, zeg met hoeveel mensen het gaat, zeg precies waar — een oever, een brugnummer, een strandmarkering.
Koud water. Bij minder dan ongeveer 15 °C verliest iemand binnen enkele minuten het bruikbare gebruik van zijn handen, en onvrijwillig naar adem happen bij onderdompeling kan binnen enkele seconden de luchtweg vullen. Iemand die in koud water heeft gelegen, is een slachtoffer, ook als diegene er goed uitziet, en moet horizontaal worden gehouden: plotseling rechtop bewegen na onderdompeling in koud water kan het hart doen stoppen.
Bron. European Resuscitation Council Guidelines 2021, Drowning and First Aid sections, https://cprguidelines.eu/ ; WHO, Global report on drowning, https://www.who.int/publications/i/item/9789241564786